Vannacht zat er een mug in mijn kamer, en daar moest ik warempel even om glimlachen, alvorens hem geïrriteerd weg te slaan. “Wees welkom, eerste mug,” dacht ik.
Het werk op school blijft zich opstapelen, maar toch loopt iedereen er onbezorgd en vrolijk bij. Humeuren zijn niet meer kapot te krijgen, rokken en zonnebrillen verschijnen, jassen en truien verdwijnen, vliegen en pimpajoentjes vinden hun weg naar de bewoonde wereld terug, er wordt gefloten en geneuried en in het gras gezeten tijdens de pauzes.
Er is de geur van pasgemaaid gras, van de bloemen en bomen en velden en slootjes die ik passeer op weg van en naar school, de geur van droge aarde, en van zonneschijn, want zonneschijn heeft een geur. Ga naar buiten en adem eens heel diep in, dan snap je wat ik bedoel.
Ik word er helemaal poëtisch van, en vooral opgewekt. En zo. En ik ben duidelijk niet de enige.
En dat allemaal door die ene planeet ster waaromheen de onze planeet draait. Wij mensen zijn toch maar vreemde wezens hé!

Euh, sinds wanneer is de zon een planeet?
He! Die snuggere opmerking wilde ik net maken!;-)
Ik ben ook weer helemaal in de zomerstemming. En als het dan ook maar éven kan, wil je al gelijk geen jas meer aan.
Derde persoon die deze opmerking wil maken.
Foei!
Mijn excuses! ‘t Is veranderd.
Dat ik zo dom kon zijn!