Blogpost van twee weken geleden

Gepost door Greet Op 16/10/09 6 Reacties

‘t Was me het dagje wel vandaag! ‘t Was me het weekje wel, zo die eerste week op een nieuwe school en zo, maar laat ik jullie met die saaie details niet vervelen. Vandaag daarentegen was het bloggen wel waard, zeker omdat het hier anders zo stil wordt.

Deze morgen ging ik voor het eerst met de fiets naar school (vrijdag had ik eindelijk een vrij moment gevonden om de banden opgepompt te krijgen), het positieve daaraan is dat ik er op tien minuten sta en dat ik me dan sportief voel en zo, het negatieve is het jammerlijke feit dat ik de berg (Welke berg? Welke berg?! Dé berg ja) op moet. Helemaal rood en uitgeput kwam ik dus op school aan, maar gelukkig had ik een kwartier marge ingerekend — tien minuten om op een trapje te zitten uithijgen en af te koelen en vijf minuten om mij een plaatsje in het auditorium te zoeken. Om half negen begon dan de les Engelse Taalvaardigheid: Grammatica.

Niks boeiends om een maandagmorgen mee te beginnen hoor ik je denken, en daar kan ik je geen ongelijk in geven, maar dan moet je dus wel weten dat we daarvoor bést wel een knappe prof hebben, ja verdorie, bést wel knap. Dat op zich is voor mij voldoende motivatie om naar de les te komen maar als hij dan ook nog eens ‘Allo ‘allo gaat citeren (“It is I, Leclerq!”) en romantische liedjes gaat zingen (“You’re just too good to be true” en dergelijke) kom ik al helemaal graag mijn bed uit natuurlijk.

In het anderhalf uur pauze daarna ging ik ontbijten in de cafetaria en las ik de laatste twintig pagina’s uit van het boek dat tegen morgen uit moet, samen met twee klasgenotes die hetzelfde idee hadden. Ik was zowaar onder de indruk van mezelf dat ik het boek gewoon ruim op tijd uit had, jawel.

Om half twaalf was het tijd voor oefeningen van Engelse Taalvaardigheid: Writing. Niks bijzonders te melden. Om kwart voor één snel een broodje gegeten. Ook niks bijzonders te melden, behalve dat het lekker was.

De les Nederlandse Taalkunde: Taalbeschouwing was ook eentje die eruit sprong, en wel hierom. Nu zijn de (loop-)microfoons in de auditoria vaak kapot, maar de vaste microfoon bleek het deze keer wel goed te doen dus de prof, een krasse vrouw waar ik een sympathie voor heb opgevat (streng en op het eerste gezicht no fun, maar als je goed luistert kan er wel gelachen worden), begon stipt op tijd aan de les. Midden in een zin werd zij echter abrupt onderbroken, door een zware mannenstem die door de boxen klonk: “Hallo!” Algemene stilte, ook de prof wist even niet wat gedaan. Een grap van een student met een loopmicrofoon, dacht ik in eerste instantie. Maar er viel niks abnormaals te bespeuren in het auditorium. Nog steeds zwijgend liep de prof naar het bord en gluurde er voorzichtig achter (gelach), en toen zij daar niks zag riep ze uit: “Extraterresters!” (meer gelach). Na wat verwarring probeerde zij haar les verder te zetten (“Als de extraterresters het zouden toelaten kunnen wij misschien pogen onze les te hervatten”, of iets in dien aard), maar opnieuw werd zij onderbroken door een onheilspellend “Hallo!” (algemene hilariteit). Deze keer ging de stem verder: “Ik hoor alleen mijzelf” (meer hilariteit), en toen ging er een lichtje branden: de prof in het auditorium ernaast had een loopmicrofoon die zijn signaal naar de installatie in ons auditorium stuurde, waarmee hij onwetend voor verwarring en hilariteit zorgde in het auditorium ernaast. Onze prof had het nog steeds niet door dus stak ik mijn hand op om te zeggen wat ik dacht dat er scheelde, en ze reageerde aandoenlijk verontwaardigd, alsof de prof van hiernaast toch helemaal het recht niet had onze les op zo’n brutale wijze te onderbreken. De mannenstem sprak zijn laatste woorden: “Hoort u mij?”, waarop de prof zichtbaar nog uit haar lood geslagen doch vastberaden op de microfoon afstapte en uitriep, “Ja. Hou je kop!” (Mensen kwamen niet meer bij.)

Snel haalde ze er iemand bij wiens taak er blijkbaar in bestaat proffen bij te staan in hun niet aflatende strijd met de infrastructuur (we hebben hem al vaak zien passeren in deze eerste week), en deze legde de stem het zwijgen op door enkel nog de ingang van de vaste microfoon op de installatie aangesloten te laten. Nog minuten daarna konden sommige mensen hun gegiechel niet inhouden, en ik beeldde me in hoe de prof hiernaast de infrastructuurman ook ter hulp zou roepen en die uiteindelijk zou snappen hoe de vork aan de steel zat. Hihi.

Daarna volgde nog een iets minder boeiende les Nederlandse Letterkunde en om kwart na vijf haastte ik mij naar het computerlokaal, om nog wat dringende mails te behandelen en eindelijk ook de overschrijving te doen waardoor ik binnenkort op kot internet zou moeten hebben. Ik heb het nog niet gemist, door drukke tijden, mobiel internet en bovengenoemd computerlokaal, maar het is toch een gemak, nietwaar.

Twintig voor zes zag ik ineens hoe laat het was en haastte ik mij naar De Brug, om de innerlijke mens te gaan versterken in het gezelschap van Steffi en Adriaan. Gezellig gezellig, en toen mijn eten op was, was het stilletjesaan alweer tijd om terug naar school te gaan, voor een eerste Algemene Vergadering van StuArt, een soortement studentenraadachtig orgaan. Ik zou het niet duidelijker kunnen uitleggen, de structuur van organen binnen en buiten de UGent met elk hun verschillende bevoegdheden en specialisatie en positie in de hiërarchie is zodanig chaotisch dat waarschijnlijk niemand echt weet waar hij mee bezig is, maar bon, boeiend was het zeker wel. Ik zat er toevallig ook naast de praeses en een paar andere praesidiumleden van de Filologica (de studentenclub van de richting Taal- en Letterkunde Twee Talen, die ik nu al een warm hart toedraag), en toen om half tien (eindelijk, mag ik wel zeggen, hoewel het zoals ik al zei wel boeiend was) de vergadering gedaan was overtuigden ze me om mee te gaan naar de jeneveravond die ze die avond organiseerden. Hun stamcafé, de Amber, bevindt zich quite conveniently recht tegenover de Blandijn, dus dacht ik, waarom ook niet hé. Mensen leren kennen en al. Voor ik het wist had ik babbeltjes geslaan met deze en gene en was het ineens half twaalf, dus zei ik tegen mijn Chantal, kom, we gaan maar eens naar huis. (Chantal is mijn fiets, voor diegenen onder jullie die net als ik wat plobremen hebben met het heheuhen.)

En zo, lieve lezers, zit ik aan mijn nieuw bureautje op mijn nieuw kot deze langverwachte nieuwe blogpost te typen, maar hij komt dus pas later online, want om de één of andere reden lukt het mij niet via mijn gsm verbinding te maken met het internet. Niet dat iemand tot hier gelezen heeft natuurlijk. Maar ik kan ‘t er maar bij zeggen.

29/09/’09 00:57

6 Reacties tot nu toe.

  1. Is wat je nu doet min of meer equivalent aan wat vroeger Germaanse taal- en letterkunde was?

    Yay Germaanse!

  2. Greet says:

    Yep, Germaanse Taal- en Letterkunde! ^^

  3. Ah, dat waren tijden… en dan van taalkunde in de computerlinguïstiek gesukkeld en zo bij Lernout & Hauspie, en daar met computers en zo en dan naar Skynet en vandaar naar bloggen. Ja, perfect logisch allemaal als je het zo bekijkt :-)

    En zeggen dat ik dat eigenlijk ben gaan studeren op in de journalistiek te komen :-)

  4. Greet says:

    Computerlinguïstiek, wat is dat voor een beest :D Maar inderdaad een interessant traject!

  5. Karen says:

    “Snel haalde ze er iemand bij wiens taak er blijkbaar in bestaat proffen bij te staan in hun niet aflatende strijd met de infrastructuur”

    Muaha. Exactly :D

  6. Maaike says:

    Haha, ik zat echt luidop te lachen met je beschrijving van dat microfoonvoorval bij Magda :D . Nostalgie!