Archief voor de categorie ‘Kotleven’

Gepost door Greet Op 27/02/12 4 Reacties

Zoals ik al zei, is onze boekenkastsituatie niet ideaal, maar vorig weekend besloten Karel en ik in een opruimbui om er toch al iets beters van te maken dan wat het was. Op de voor-foto zie je hoe er links nog zo’n 25 cm onbenutte ruimte is, maar daar kunnen we dus voorlopig nog niet veel aan doen. Waar we wel iets konden aan doen, is aan de onlogische verdeling van de schappen. Dat komt omdat de kast zo meegekomen is van op mijn kot, en daar had ze een andere indeling (bv twee rijen schoenen onderaan, rechtstaande mappen in het midden en zo).

Voor: veel te hoge schappen voor boeken en DVD’s en onderin rommel die kostbare ruimte inneemt. Tijd om daar eens in te schommelen en de planken te versteken!

Tijdens: chaos, gerief overal. En yup, ergens in die kast zaten een kookpot, een fles champagne en een sepak takrawbal verstopt.

Na: meer plaats voor boeken en DVD’s, minder rommel, en een “nieuwe” ministereo (overgeërfd van m’n zus toen die verhuisde). Al een stuk beter, niet? Voor de curieuzeneuzen: je kunt erop klikken om wat rond te kijken. ;)

Gepost door Greet Op 17/07/11 1 Reactie

Deel 1, en nu ook deel 2, in enkele korte puntjes:

Gent is wijs.

Gepost door Greet Op 08/06/11 8 Reacties

Ik ben nu al 5 jaar kotstudent in Gent, en ik voel me hier al helemaal thuis. Ik ben dan ook vast van plan om hier na mijn studie te komen wonen, en ik verdeel mijn vakanties en soms weekends over Gent en Veurne in plaats van elk mogelijk moment terug naar huis te trekken. Zelf vind ik dat fijn én praktisch, maar toch krijg ik heel vaak verbaasde reacties van klasgenoten. Hoezo, ik ga in de blok en tussen de examens door niet naar huis? Hoezo, ik blijf in de Paasvakantie in Gent? Hoezo, ik zoek een vakantiejob in Gent? Waarom?

Ik zou zeggen, waarom niet? Veurne is een gezellig, mooi stadje, en het heeft vanalles te bieden, maar voor mij is Gent toch de omgeving waar ik mij het meest in mijn element voel.

Er is het openbaar vervoer, bijvoorbeeld. De hele dag lang raak ik zo ongeveer overal waar ik wil zijn. Bovendien ligt Gent al heel wat centraler dan Veurne, waar slechts één trein per uur mij met de rest van Vlaanderen verbindt. Op dat gevoel van mobiliteit ben ik ondertussen heel erg gesteld geraakt.

Ten tweede is Gent ook gewoon de plaats waar het grootste deel van mijn leven zich afspeelt. Ik ga hier naar school, ik zing hier in een koor, mijn lief woont hier, ik spreek hier af met mijn vrienden, … Ik mis mijn ouders wel, natuurlijk. En ik ben ook best wel gehecht geraakt aan mijn tandarts, opticien en kapster. Maar op mijn familie en die praktische dingen na is zowat alles voor mij dus in Gent te doen.

Ten derde is Gent voor mij een stad van mogelijkheden. Behalve skiën vind ik hier zo ongeveer alles wat ik wil.  Studentenresto’s, sushirestaurants, bepaalde klerenwinkels, cinema’s en schouwburgen, holebifeestjes, nachtwinkels om de hoek, supermarkten die op zondag open zijn, noem maar op.

Gent is ook gewoon op zich een fijne stad. De mensen, de architectuur, het dialect, de Gentse Feesten, het zijn allemaal dingen waardoor ik weet dat ik de goeie stad gekozen heb om te gaan studeren.

Ten slotte ben ik na 5 jaar ook behoorlijk op mijn zelfstandigheid gesteld geraakt. Het is fijn om je eigen leven te kunnen leiden en zelf je eigen beslissingen te maken. Ik heb ook duidelijk gemerkt dat ik het nodig had om fouten te kunnen maken, vooral in mijn eerste jaar hier. Je moet gewoon eens een hele tijd vettige bucht gegeten hebben om te kunnen appreciëren hoe lekker en gezond het eten thuis is, en hoezeer je dat de vorige jaren als vanzelfsprekend beschouwde, bijvoorbeeld. En je moet eens keihard gebuisd zijn omdat je te veel met andere dingen bezig was om te beseffen dat je jezelf aan het studeren moet zetten, zonder dat iemand anders je daartoe verplicht. Het zijn waardevolle lessen waarvan ik blij ben dat ik ze al geleerd heb.

De lijst is lang, maar ik ga natuurlijk niet beginnen overdrijven en mijn studentenstad en het kotleven al te zeer ophemelen. Mijn punt is maar gewoon dat ik mij niet kan inbeelden dat ik terug thuis zou gaan wonen, het is hier veel te fijn. Dat is de definitie van aanspoelen, zeker? :-)

Gepost door Greet Op 01/07/10 4 Reacties

In de zomer van 2007 ging mijn zus van stage gaan doen in Malawi, en bracht ze voor mij onder andere het schattige schilderijtje dat nu boven mijn deur hangt mee. Ze had het voor een habbekrats van een straatartiest gekocht, zomaar op een vuile witte opgerolde doek (waarvan je de onbeschilderde randjes rechts bovenaan en onderaan nog een beetje ziet, het was moeilijk in te kaderen). Verder kreeg ik ook een houten armband en mocht ik een stofje uitkiezen uit de mand met stofjes die ze op een markt op de kop getikt had. Ik koos voor dit psychedelische groen-blauw-motiefje, en ik wist nog niet wat ik ermee ging aanvangen maar ik nam het alvast mee naar mijn tweede kot. Uiteindelijk bleek het perfect rond een rek te passen waardoor ik er een soortement van kast kon van maken.

Op mijn derde kot zat onder het bed een ingebouwde kast, met daarvoor een afgrijselijk gordijn. Het stuk stof bleek wederom de perfecte grootte te hebben om dit gordijn te vervangen dus zo gezegd, zo gedaan!

En op mijn vierde kot tenslotte is het (zoals jullie hier al zagen) een afsluiting voor mijn slaapgedeelte geworden. Daarvoor had het wel een stukje langer mogen zijn, maar zo heel erg veel maakt dat niet uit.

En zo neem ik al drie jaar een stukje Malawi mee van kot naar kot. :)

Gepost door Greet Op 01/06/10 12 Reacties

Zoals beloofd, foto’s van mijn huidig kot! Dit is hoe het eruitzag voor ik erin trok:

Er was net een nieuwe parketachtige vloer gelegd, dus die was wel netjes, maar de muren waren vuil, de flutmatras en wannabe-lattenbodem veroorzaakten rugpijn enkel door ernaar te kijken, er ontbrak nog vanalles, kortom, er was werk aan de winkel.

Nadat ik de hele boel wit geschilderd had, een frigo, microgolf, bureaustoel en dubbele matras (alles samen €70, lang leve Kapaza en de Kringloopwinkel) op de kop getikt had, een zetel, een extra tafeltje en twee extra stoelen hier en daar gekregen had en alles heringericht was, zag het er al stukken beter uit! Onlangs nam ik foto’s toen ik alles eens goed opgeruimd en gekuist had, zie hier het resultaat.

naam
Mijn naam op de deur (klik voor groter).


En dit is dan die deur aan de andere kant, met links wat foto’s, erboven het schilderijtje dat mijn zus meebracht uit Malawi en rechts een tekening van de Graslei die ik van een vriend voor m’n verjaardag kreeg. Lees verder »

Gepost door Greet Op 29/05/10 1 Reactie

Jaja, ik ben ondertussen al op mijn vierde kot beland. Wie had dat gedacht!

’06-’07: Onder impuls van de papa was ik op zoek gegaan naar een kot in Mariakerke, dicht bij de Arteveldecampus waar ik les zou hebben. Slecht idee, niet alleen was ik onervaren in koten zoeken en had ik dus het eerste het beste contract getekend (voor wat later het slechtste kot ooit zou blijken), maar bovendien verging ik in Mariakerke van de eenzaamheid. Aan mijn 9 (lawaaierige) kotgenoten had ik niet bijzonder veel, in mijn nieuwe richting had ik dat jaar nog niet echt vrienden gemaakt en mijn vrienden uit het middelbaar gingen hun eigen weg. Na een behoorlijk deprimerend jaar besloot ik dan ook om mijn geluk dichter bij Gent centrum te gaan zoeken, en met succes.

’07-’08: Ik vond een kot aan het Rabot, wat nog net in Gent ligt maar ver genoeg aan de rand om relatief snel in Mariakerke te kunnen staan. Het was daar best oké; in ieder geval properder en rustiger (3 kotgenoten die zich niet al te veel lieten horen), en de kotbaas viel ook een heel stuk beter mee. Tegen het einde van dat jaar kwam mijn sociaal leven al wat meer op gang. Toch werd ik dat kot ook beu en wou ik op zoek naar iets gezelligers, want echt helemaal thuis voelde ik me daar nog niet.

’08-’09: In dezelfde buurt, maar iets meer naar de kant van Mariakerke toe (dus verder van het centrum) vond ik mijn volgende kot. Ik was deze keer opzettelijk naar een kleine kamer op zoek gegaan, niet alleen scheelt dat in de huur maar ik had ook ervaren dat grote koten absoluut niet gezellig zijn. Ik vond een leuk klein kamertje in een huisje waar maar één ander meisje in zat, waar ik het goed mee kon vinden, dus qua kotgenoten en gezelligheid zat het daar wel goed. Maar een keuken en douche delen stond mij nog steeds niet aan, er zaten echt te veel spinnen in dat huis, en ik voelde me er niet op mijn gemak (te ver van het centrum, en bovenvermelde spinnen), dus opnieuw ging ik op zoek naar een beter kot.

’09-’10: Alsof ik onbewust een voorgevoel had gehad, was ik voor de zomer (dus nog voor ik wist dat ik van richting zou veranderen) op zoek gegaan naar een kot in de buurt van de Blandijn, omdat ik eens wou veranderen van buurt en dat leek me een ideale plaats. Helaas is het blijkbaar praktisch onmogelijk om daar aan een deftig kot te raken, dus koos ik dan maar voor een kot nog steeds bij het Rabot maar dan aan de kant van het centrum (op tien minuutjes wandelen van de Korenmarkt). En dat is waar ik deze blogpost nu zit te schrijven.

Er zijn voor- en nadelen aan, zoals aan elk kot, maar bij dit kot wegen de nadelen (die, nu ik het bedenk, enkel bestaan uit de kotbazin en het lawaaierige verkeer) absoluut niet op tegen de voordelen (gezellig kamertje, vlak aan de voordeur dus ik moet geen trap op, ik heb mijn eigen keukentje en wc, ik heb een geweldige zetel en een even geweldig dubbel bed (dat tegelijk een hoogslaper is), ik zit gezellig dicht bij het centrum maar toch ook nog dicht genoeg bij de Wondelgemstraat met al zijn handige winkeltjes, mijn kotgenoten zijn niet ál te lawaaierig, deftig internet dat ik met niemand moet delen, … enz).

Vandaag heb ik dan ook het contract voor volgend jaar getekend, want wat er ook gebeurt (slagen of niet slagen, dat is de vraag), hier voel ik mij thuis, dus hier blijf ik nog een tijdje. Soms verlang ik al naar het appartement/huisje waar ik later in zal wonen, met wat meer ruimte, maar voorlopig is dit gezellige kamertje nog meer dan genoeg voor mij.

Up next: foto’s!

Gepost door Greet Op 16/10/09 6 Reacties

‘t Was me het dagje wel vandaag! ‘t Was me het weekje wel, zo die eerste week op een nieuwe school en zo, maar laat ik jullie met die saaie details niet vervelen. Vandaag daarentegen was het bloggen wel waard, zeker omdat het hier anders zo stil wordt.

Deze morgen ging ik voor het eerst met de fiets naar school (vrijdag had ik eindelijk een vrij moment gevonden om de banden opgepompt te krijgen), het positieve daaraan is dat ik er op tien minuten sta en dat ik me dan sportief voel en zo, het negatieve is het jammerlijke feit dat ik de berg (Welke berg? Welke berg?! Dé berg ja) op moet. Helemaal rood en uitgeput kwam ik dus op school aan, maar gelukkig had ik een kwartier marge ingerekend — tien minuten om op een trapje te zitten uithijgen en af te koelen en vijf minuten om mij een plaatsje in het auditorium te zoeken. Om half negen begon dan de les Engelse Taalvaardigheid: Grammatica.

Niks boeiends om een maandagmorgen mee te beginnen hoor ik je denken, en daar kan ik je geen ongelijk in geven, maar dan moet je dus wel weten dat we daarvoor bést wel een knappe prof hebben, ja verdorie, bést wel knap. Dat op zich is voor mij voldoende motivatie om naar de les te komen maar als hij dan ook nog eens ‘Allo ‘allo gaat citeren (“It is I, Leclerq!”) en romantische liedjes gaat zingen (“You’re just too good to be true” en dergelijke) kom ik al helemaal graag mijn bed uit natuurlijk.

In het anderhalf uur pauze daarna ging ik ontbijten in de cafetaria en las ik de laatste twintig pagina’s uit van het boek dat tegen morgen uit moet, samen met twee klasgenotes die hetzelfde idee hadden. Ik was zowaar onder de indruk van mezelf dat ik het boek gewoon ruim op tijd uit had, jawel.

Om half twaalf was het tijd voor oefeningen van Engelse Taalvaardigheid: Writing. Niks bijzonders te melden. Om kwart voor één snel een broodje gegeten. Ook niks bijzonders te melden, behalve dat het lekker was.

De les Nederlandse Taalkunde: Taalbeschouwing was ook eentje die eruit sprong, en wel hierom. Nu zijn de (loop-)microfoons in de auditoria vaak kapot, maar de vaste microfoon bleek het deze keer wel goed te doen dus de prof, een krasse vrouw waar ik een sympathie voor heb opgevat (streng en op het eerste gezicht no fun, maar als je goed luistert kan er wel gelachen worden), begon stipt op tijd aan de les. Midden in een zin werd zij echter abrupt onderbroken, door een zware mannenstem die door de boxen klonk: “Hallo!” Algemene stilte, ook de prof wist even niet wat gedaan. Een grap van een student met een loopmicrofoon, dacht ik in eerste instantie. Maar er viel niks abnormaals te bespeuren in het auditorium. Nog steeds zwijgend liep de prof naar het bord en gluurde er voorzichtig achter (gelach), en toen zij daar niks zag riep ze uit: “Extraterresters!” (meer gelach). Na wat verwarring probeerde zij haar les verder te zetten (“Als de extraterresters het zouden toelaten kunnen wij misschien pogen onze les te hervatten”, of iets in dien aard), maar opnieuw werd zij onderbroken door een onheilspellend “Hallo!” (algemene hilariteit). Deze keer ging de stem verder: “Ik hoor alleen mijzelf” (meer hilariteit), en toen ging er een lichtje branden: de prof in het auditorium ernaast had een loopmicrofoon die zijn signaal naar de installatie in ons auditorium stuurde, waarmee hij onwetend voor verwarring en hilariteit zorgde in het auditorium ernaast. Onze prof had het nog steeds niet door dus stak ik mijn hand op om te zeggen wat ik dacht dat er scheelde, en ze reageerde aandoenlijk verontwaardigd, alsof de prof van hiernaast toch helemaal het recht niet had onze les op zo’n brutale wijze te onderbreken. De mannenstem sprak zijn laatste woorden: “Hoort u mij?”, waarop de prof zichtbaar nog uit haar lood geslagen doch vastberaden op de microfoon afstapte en uitriep, “Ja. Hou je kop!” (Mensen kwamen niet meer bij.)

Snel haalde ze er iemand bij wiens taak er blijkbaar in bestaat proffen bij te staan in hun niet aflatende strijd met de infrastructuur (we hebben hem al vaak zien passeren in deze eerste week), en deze legde de stem het zwijgen op door enkel nog de ingang van de vaste microfoon op de installatie aangesloten te laten. Nog minuten daarna konden sommige mensen hun gegiechel niet inhouden, en ik beeldde me in hoe de prof hiernaast de infrastructuurman ook ter hulp zou roepen en die uiteindelijk zou snappen hoe de vork aan de steel zat. Hihi.

Daarna volgde nog een iets minder boeiende les Nederlandse Letterkunde en om kwart na vijf haastte ik mij naar het computerlokaal, om nog wat dringende mails te behandelen en eindelijk ook de overschrijving te doen waardoor ik binnenkort op kot internet zou moeten hebben. Ik heb het nog niet gemist, door drukke tijden, mobiel internet en bovengenoemd computerlokaal, maar het is toch een gemak, nietwaar.

Twintig voor zes zag ik ineens hoe laat het was en haastte ik mij naar De Brug, om de innerlijke mens te gaan versterken in het gezelschap van Steffi en Adriaan. Gezellig gezellig, en toen mijn eten op was, was het stilletjesaan alweer tijd om terug naar school te gaan, voor een eerste Algemene Vergadering van StuArt, een soortement studentenraadachtig orgaan. Ik zou het niet duidelijker kunnen uitleggen, de structuur van organen binnen en buiten de UGent met elk hun verschillende bevoegdheden en specialisatie en positie in de hiërarchie is zodanig chaotisch dat waarschijnlijk niemand echt weet waar hij mee bezig is, maar bon, boeiend was het zeker wel. Ik zat er toevallig ook naast de praeses en een paar andere praesidiumleden van de Filologica (de studentenclub van de richting Taal- en Letterkunde Twee Talen, die ik nu al een warm hart toedraag), en toen om half tien (eindelijk, mag ik wel zeggen, hoewel het zoals ik al zei wel boeiend was) de vergadering gedaan was overtuigden ze me om mee te gaan naar de jeneveravond die ze die avond organiseerden. Hun stamcafé, de Amber, bevindt zich quite conveniently recht tegenover de Blandijn, dus dacht ik, waarom ook niet hé. Mensen leren kennen en al. Voor ik het wist had ik babbeltjes geslaan met deze en gene en was het ineens half twaalf, dus zei ik tegen mijn Chantal, kom, we gaan maar eens naar huis. (Chantal is mijn fiets, voor diegenen onder jullie die net als ik wat plobremen hebben met het heheuhen.)

En zo, lieve lezers, zit ik aan mijn nieuw bureautje op mijn nieuw kot deze langverwachte nieuwe blogpost te typen, maar hij komt dus pas later online, want om de één of andere reden lukt het mij niet via mijn gsm verbinding te maken met het internet. Niet dat iemand tot hier gelezen heeft natuurlijk. Maar ik kan ‘t er maar bij zeggen.

29/09/’09 00:57