Archief voor de categorie ‘Mening’

Gepost door Greet Op 23/10/13 6 Reacties

Het lijkt alsof de discussie elk jaar heviger en elk jaar vroeger uitbarst: die Zwarte Pieten, zijn die nu racistisch of niet, en wat moet daaraan gedaan worden? Het is een ingewikkelde discussie met meer dan twee partijen, die voornamelijk in Nederland maar toch ook deels in Vlaanderen gevoerd wordt.

  1. Ten eerste heb je mensen (vaak blanke autochtone Nederlanders en Vlamingen) die er geen graten in zien, die het als een onschuldig kinderfeest beschouwen (en die al dan niet de historische wortels in slavernij en dergelijke erkennen).
  2. Daarnaast zijn er mensen (ook blanke autochtone Nederlanders en Vlamingen) die menen het te moeten opnemen voor hun zwarte medemens, en die vaak vurig in debat gaan.
  3. Dan zijn er ook de niet-Nederlandse/Belgische westerlingen (zoals andere Europeanen en vooral Amerikanen), die niet vertrouwd zijn met de traditie en die vanuit hun referentiekader een absurd geval van onverholen racisme zien. De tweede groep vindt vaak steun in deze derde groep (en noemt hun mening ook als een belangrijke factor in het beslissingsproces: wat moet de rest van de wereld wel niet van ons denken!)
  4. Er is ook een groep niet-Nederlandse/Belgische westerlingen die het best wel een gekke traditie vindt en er zich verder niet bepaald aan stoort, maar die groep komt doorgaans minder aan bod in het debat.
  5. Dan is er ook de groep mensen (ook voornamelijk blanke autochtone Nederlanders en Vlamingen) die de hele discussie te gek voor woorden vindt, die meestal vindt dat er wel belangrijker zaken zijn om ons als maatschappij mee bezig te houden.
  6. Ten zesde zijn er de zwarte of gekleurde (al dan niet autochtone) Nederlanders en Belgen die zich niet speciaal gediscrimineerd voelen en gewoon gezellig meedoen aan het Sinterklaasgebeuren.
  7. En ten zevende (pfioew!) heb je de mensen die zich door de Zwarte Piettraditie gediscrimineerd voelen, of die zelfs discriminatie ervaren naar aanleiding van de Zwarte Piettraditie (zwarte mensen die door kinderen als Zwarte Piet aangesproken worden, zwarte kinderen die door blanke klasgenootjes gepest worden en Zwarte Piet genoemd worden, etc.). Deze laatste zijn dus de mensen die de tweede groep wil verdedigen. (Bron: een interessant onderzoek uit Amsterdam.)

Dit is een vereenvoudigde indeling natuurlijk, en er zullen nog wel groepen zijn die ik vergeten ben, maar bon. Er zijn dus heel wat meningen en standpunten en percepties, en in een discussie waar meer dan twee van de bovenstaande groepen aan bod komen wordt het al snel een rommeltje. Ik heb me ondertussen, na een ontspoorde Facebookdiscussie, voorgenomen om me niet te veel meer in het debat te mengen, behalve dan met deze blogpost. (But then again, wie heeft ooit al van een productieve Facebookdiscussie gehoord, nietwaar).

Tot voor kort hoorde ik gewoon bij de eerste groep. Ik ben opgegroeid met de traditie, stond er als kind nooit bij stil dat er misschien een verband was tussen Zwarte Piet (de mysterieuze, ondeugende maar toch vlijtige helper van de Sint) en zwarte mensen. Later leerde ik bij over de ontstaansgeschiedenis van de Sinterklaastraditie, en het valt inderdaad niet te ontkennen dat daar racisme mee gemoeid is. Maar goed, de tijden zijn veranderd, de traditie zelf is ook door de eeuwen heen veranderd, en ik snapte eerlijk gezegd niet waar de heisa vandaan kwam.

Door het hele gedoe ben ik me dan meer gaan aansluiten bij de vijfde groep: waar zijn we toch eigenlijk mee bezig? Uren, weken, maanden, jaren discussiëren over het feit of de Pieten nu nog wel Zwarte Piet genoemd mogen worden of enkel Piet, of ze volledig zwart mogen blijven, of enkel een zwarte roetveeg, of gewoon hun eigen gezichtskleur, of regenboogkleuren, of paars, of groen, of elk jaar een ander kleur, of of we gewoon nieuwe helpers van Sint moeten uitvinden (zoals elfjes of andere sprookjesfiguren), of Rode Klaas en Gele Jan en Groene Bart, en waarom eigenlijk geen vrouwen, want seksisme, of anders moeten we gewoon de hele Zwarte Piettraditie afschaffen, of zelfs het Sinterklaasfeest op z’n geheel, of … Op een bepaald punt in zo’n discussie kún je niet anders dan even een stapje achteruit zetten, bekijken wat er allemaal gezegd wordt, en denken, ja, waar zijn we nu toch mee bezig …

De tweede groep (racisme! discriminatie!) is vaak het luidst, en de vijfde groep (die het allemaal te gek voor worden vindt) biedt vaak het meeste weerwerk, met hulp van de eerste groep (die er geen graten in ziet). De vierde (westerlingen die het ok vinden) en zesde groep (zwarte en gekleurde autochtone of allochtone medemensen die het ok vinden) laten niet zo vaak van zich horen. De derde groep (westerlingen die er alleen racisme in zien) moet, vind ik persoonlijk, zich niet moeien — there, I said it. Het is al ingewikkeld genoeg! Edit: Enfin, hun perspectief kan wel een nuttige bijdrage tot de discussie zijn.

Maar de zevende groep (zwarte en gekleurde autochtone of allochtone medemensen die discriminatie ondervinden naar aanleiding van de Zwarte Piettraditie), daar gaat het om. Daar moeten we naar luisteren. Deze mensen komen echter ook niet zo vaak aan bod, en dat vind ik echt jammer.

Wat voor nut heeft het om dit debat te voeren onder blanken, tussen groep twee (vurige tegenstanders) en andere groepen (gematigde tot uitgesproken voorstanders)? Heeft die tweede groep van vurige tegenstanders eigenlijk wel recht van spreken als het niet om henzelf gaat? Gaat het hier eigenlijk wel over volwassenen, of over kinderen, die zich van het hele gedoe niks aantrekken? Moeten we als volwassenen eigenlijk wel ingrijpen in een kinderfeest?

En gesteld dat we ooit uit de discussie komen of er nu iets moet veranderen of niet: wat moet er dan veranderen? Is er eigenlijk wel een optie die voor een overgrote meerderheid aanvaardbaar is? Is die optie misschien niet gewoon de traditie behouden zoals ze is, maar beter kaderen voor kinderen (zwarte mensen noem je niet Zwarte Piet) en tieners (de ontstaansgeschiedenis van de Sinterklaastraditie uitleggen in de context van een koloniaal verleden)?

Want, en dit is nog de belangrijkste vraag (die eigenlijk alle andere vragen overkoepelt): kun je wel actief ingrijpen in een traditie? Wat kan een centrale instelling zoals de overheid doen aan een traditie, binnenvallen in huiskamers en mensen op de vingers tikken misschien? Als er bijvoorbeeld wordt ingegrepen in publieke evenementen (de aankomst van Sinterklaas in Antwerpen) en media (films, series, kinderboeken), wat belet de mensen verder om gewoon zoals vanouds Sinterklaasfeestjes met Zwarte Pieten te organiseren en de traditie door te geven aan hun kinderen? Food for thought.

We kunnen erover filibusteren tot we grijs zijn, maar zolang we het niet eens zijn over een oplossing, stel ik persoonlijk voor dat we het met de laatste optie proberen (de traditie behouden maar beter kaderen). En dat we ons niet te veel aantrekken van verongelijkte Amerikanen en andere westerlingen met hun (naar mijn mening) misplaatste verontwaardiging, want culturen zijn complexe dingen, en onze (eigenlijk wel bizarre) Sinterklaastraditie met al zijn bijbehorende nostalgische gevoelens adequaat overbrengen aan iemand die er niet mee opgegroeid is, begin daar maar eens aan! Edit: Enfin ja.

 

Gepost door Greet Op 12/03/13 21 Reacties

Zoals jullie wel weten, ben ik een (enorm) grote fan van sneeuw. Maar waar ik dan weer helemaal geen fan van ben, is al dat gezeur en gezaag dat er altijd bij komt kijken. Ik denk dan altijd, mannekes toch, moet dat nu echt?

In deze moderne tijden wordt sneeuw aangekondigd, netjes op voorhand. Als je dus weet dat er sneeuw aankomt, dan heb je de keuze: je kunt negeren dat er iets aan de hand is en verwachten (zelfs eisen) dat alles precies hetzelfde verloopt als op andere dagen, en proberen koppig met je auto in de file gaan staan, of in het station op een trein gaan staan wachten die misschien niet komt, of met je fiets van een helling glibberen en op je kont vallen, en zagen en zeuren dat het niet mooi meer is. (Maar eerlijk, wat had je dan verwacht?) OF je kunt aanvaarden dat het gesneeuwd heeft en de dag dan ook als een sneeuwdag behandelen, een andere manier zoeken om te geraken waar je moet zijn (te voet, als je kunt), of op voorhand accepteren dat je in de file zult staan, of gewoon blijven waar je bent en je werk thuis doen. Skype, internet, VPN, er zijn opties tegenwoordig. Maak van de kans gebruik om eens goed door te werken, vol concentratie, zonder lastig gevallen te worden.

Waarom stressen dat je niet “op tijd” op je werk zult zijn? De mensen die je daar zult ontmoeten, zijn ook te laat! En op een sneeuwdag neemt niemand het je kwalijk als je te laat bent, of als je niet op het werk geraakt.

Het is iets dat ik nooit begrepen heb, waarom sneeuw de oorzaak is van zoveel zelfmedelijden en deprimerend gezaag. Sneeuw is een wonder van de natuur, een cadeautje, een kans om tot rust te komen en te genieten van de stilte en witheid. Alles en iedereen wordt gedwongen om trager te bewegen, trager te leven, om eventjes de tijd te nemen. Zalig, vind ik dat.

Vandaag was ik van plan om in de bibliotheek te gaan zitten werken. Normaal gezien sta ik met de fiets op amper 10 minuutjes aan de bib, maar fietsen leek me nu geen goed idee, en ik hou ook veel te veel van de sneeuw om er zomaar snel-snel door te fietsen. Dus nam ik mijn tijd en ging ik te voet. Een half uur lang heb ik volop genoten. Voorzichtig liep ik tussen de natte plekken in. Rondom mij liepen mensen te vloeken als ze een stap in een natte plas zetten, maar die mensen waren hun tijd niet aan het nemen om uit te kijken waar ze liepen. Ikzelf kreeg de hele weg lang de brede glimlach niet van m’n gezicht, mensen zullen wel gedacht hebben dat ik een vijsje los had of zo, maar dat kon me niet schelen!

Hoe al die witte pracht een mens iets anders dan fantastisch goedgezind kan maken, ik zal het nooit begrijpen!

Gepost door Greet Op 15/10/12 5 Reacties

Gisteren was het weer zover: verkiezingen. Ik durf er al eens over klagen, maar eigenlijk vind ik dat wel een coole bedoening. Het heeft iets, al die kotstudenten terug op de trein naar hun heimat. Zelf ben ik na 6 jaar en een klets studeren ook nog steeds gedomicilieerd in het verre Veurne, dus ondanks een goed gevuld weekend in Gent ontsnapte ik niet aan een tripje heen en terug.

Er zijn eigenlijk een paar dingen die ik in deze blogpost wil zeggen, en het eerste is misschien het belangrijkste: ik weet helemaal niet zoveel over politiek, dus als je mij betrapt op een politieke uitspraak, neem die dan met heel wat korreltjes zout. ;-)

Ten tweede, wat ik ook cool vind aan verkiezingen, en zeker aan de kiesplicht, is dat ik er telkens weer aan word herinnerd wat voor een chance ik wel niet heb om te mogen stemmen. Ja, het is ambetant dat ik dan soms midden in een examenperiode een halve dag verlies aan stemmen, maar als je het in een bredere context bekijkt maakt dat allemaal niet uit. Het feit dat ik mag stemmen ongeacht mijn sociale klasse, ras, geslacht, … is toch eigenlijk wel behoorlijk tof.

Ten derde, ik vond de uitslag eigenlijk ook wel (grotendeels) tof. Hoera voor SP.A en Groen in Gent! Hoera voor Daniël Termont, de coolste burgemeester van Vlaanderen, en hoera voor Siegfried Bracke die op zijn doos gekregen heeft! Hoera voor CD&V en Veurne Plus (SP.A) in Veurne! (En ook wel hoera voor het Vlaams Belang dat niet meer opkwam in Veurne!) Dat alles in Gent op z’n pootjes terecht zou komen, dat had ik eigenlijk niet anders verwacht; ik heb vertrouwen in de Gentse politiek en in de Gentse kiezers. In Veurne heb ik helaas blanco gestemd, omdat ik me niet verdiept heb in de plaatselijke partijen en hun programma’s. Niet zo’n verantwoordelijke keuze van mij, ik weet het, maar dan vond ik blanco stemmen toch nog net iets beter dan op een partij stemmen waarvan ik het programma niet ken.

Alleen spijtig van Bart De Wever in Antwerpen. Kan een mens zichzelf nóg antipathieker maken, vraag ik mij soms af. (“Zet die ploat af!” En nationale politiek alhier en aldaar, en kibbelen als een kleuter. Zucht.) De rol van onbegrepen, tegengewerkte politieker lag hem goed, maar nu hij effectief bovenop geraakt is vraag ik mij toch af wat hij daarmee gaat aanvangen. Het werd gisteravond al duidelijk dat het niet meer gaat pakken, dat zelfmedelijden, omdat dat nu ook helemaal niet meer van toepassing is, dus laten we hopen voor De Wever dat dat niet het enige liedje is dat hij kan zingen.

Ten vierde, wat voor zever is dat eigenlijk overal met die achterbakse coalities. Ik heb het nu al zeker tien keer gehoord: een partij wint fair and square, en twee, drie of zelfs vier andere partijen vormen op een haastje een coalitie om de winnende partij naar de oppositie te verbannen. Dat volwassen mensen tot zo’n kinderachtige truken in staat zijn, ik vind dat echt triestig. Op wat voor inhoud is zo’n coalitie dan eigenlijk gebaseerd? Ik kan me inbeelden dat de inwoners van die gemeenten zich lelijk bedrogen voelen.

Ten vijfde, ik vind het altijd zo flauw als mensen niet willen zeggen op wie ze gestemd hebben. Voor mij is dat bijna hetzelfde als niet willen zeggen welk merk choco je koopt (de discussie Kwatta-Nutella kan soms ook hoog oplopen, hoor). Ik heb wel het gevoel dat meer en meer mensen er geen graten in zien om openlijk kleur te bekennen en dat kan ik alleen maar toejuichen, natuurlijk. Als we allemaal met onze neuzen in dezelfde richting zouden staan, ja dan zouden we elkaar niet zien en zouden we ook niet met elkaar in discussie gaan. Variety is the spice of life, en het is maar als je moet samenwerken met mensen die de dingen anders zien dat je tot vernieuwing en verandering komt. Waarmee ik dus eigenlijk wil zeggen, ik vind het maar normaal dat niet iedereen op dezelfde partij stemt als ik en ik zie geen reden om daar moeilijk over te doen, zoiets.

Zo. Lang leve onsamenhangende stream-of-consciousness-blogposts!

Gepost door Greet Op 21/11/11 1 Reactie

Het is alweer eventjes geleden dat ik in de categorie Mening gepost heb, maar er moet mij nog eens iets van het hart. En het gaat weer om iets waar ik me zwaar over kan opwinden dus ik riskeer terug om mensen te kwetsen, maar het moet eruit.

Na drie jaar grafisch ontwerp studeren, wat foefelen in mijn vrije tijd, een projectje hier, een vakantiejobje daar, zit ik in de ietwat (of zeg maar behoorlijk) vervelende positie dat ik een vrij gefundeerde mening kan geven over een ontwerp, dat ik zelf de basis-”regels” van ontwerpen kan toepassen, maar dat ik maar af en toe iets maak waar ik echt trots op ben. Als ik dus het verontwaardigde “kun je ‘t dan zelf beter misschien?” te horen krijg moet ik tot mijn spijt vaak “mja, sort of” antwoorden.

Vervelend dus, want ik kan zeggen wat ik goed of slecht vind aan een ontwerp, dus als iets “lelijk” is kan ik mij daar soms enorm aan storen (nog harder dan aan dt-fouten) juist omdat ik zie wat er “mis” mee is. Ik kan het dan zelf wat opkuisen en er iets deftigs van maken, iets “wat ermee door kan”, en in sommige gevallen zelfs iets heel leuks waar ik best trots op ben, maar keer op keer een topontwerp afleveren, daar slaag ik niet in. Om stiepelzot van te worden, is dat. Ignorance is bliss.

Maar dus, ooit, in de tijd dat de dieren nog spraken, moet er een tijd geweest zijn waarin vooral ontwerpers het ontwerpen deden. Tegenwoordig roept iedereen die een illegale versie van Photoshop op zijn computer heeft staan zichzelf uit tot selfmade ontwerper, en daaruit is de wildgroei aan lelijkheid ontsproten die mijn hartje soms zo’n zeer doet. De belangrijkste reden waarom ik met mijn vorige studie gestopt ben, is dat ik aan anderen en vooral aan mezelf moest toegeven dat ik best wel overweg kan met wat software en wat stiften, genoeg om er kleine projectjes mee tot een goed einde te brengen en er mij creatief in uit te leven, genoeg om een kennis of een vereniging uit de nood te helpen, genoeg om voor een vakantiejob aan wat projecten te werken met daarnaast ook nog andere taken, maar niet genoeg om er professioneel en full time iets mee te doen. Maar ik lijk daar precies nogal alleen in te zijn.

Zo werkt het helaas ook in de omgekeerde richting: als mensen merken dat je vlot overweg kan met computers, dat je een mening hebt over ontwerpen en dergelijke en dat je er zelf al wat mee hebt gefoefeld, en zeker als mensen horen dat je grafisch ontwerp gestudeerd hebt (ook al heb je het niet afgemaakt), dan hebben ze meteen torenhoge verwachtingen van je. Dan zie je hen gewoon denken dat ze iemand gevonden hebben voor al hun design needs, en dat ze om het even wat van je kunnen vragen. (Voor weinig of geen geld natuurlijk, maar dat is nog een heel ander onderwerp dat zijn eigen blogpost waard is.) Kunnen ontwerpen of niet wordt precies als een zwartwit gegeven gezien, je kunt het ofwel helemaal niet ofwel 100%. Daarmee sterken ze wannabe ontwerpers in hun vermoeden, en geven ze mij ook keer op keer weer een schuldgevoel en een complex omdat ik soms moet zeggen dat een bepaald groot project te hoog gegrepen is voor mij, dat logo’s mijn specialiteit niet zijn, dat ze het beter aan iemand anders zouden vragen.

Het lijkt gewoon alsof mensen door de komst van die moderne technologie geen concept meer hebben van wat het beroep van ontwerper inhoudt. Ik heb al zo vaak gezegd, je gaat toch met je schoenen naar de schoenmaker, je koopt toch je zondagse pateetjes bij de bakker, je brengt toch je auto naar de garagist, je laat toch je huis ontwerpen door een architect, waarom dan niet naar een ontwerper stappen als er iets ontworpen moet worden? En ik heb al bijna even vaak gehoord, “Ja, maar dat is toch niet hetzelfde …” Jawel, het is wél hetzelfde. Je kunt tegenwoordig niks slechts meer zeggen over een flyertje dat iemand in MS Paint heeft gemaakt, terwijl mensen wel gaarne toegeven dat ze hun pijpleiding niet gaan proberen te herstellen omdat een loodgieter dat beter doet, of dat ze de elektrische kabels in hun muren niet gaan proberen te leggen omdat dat werk is voor een elektricien.

Vandaar dus mijn warme oproep, en ik wil hiermee echt niemand kwetsen, maar alstublieft, laat het échte ontwerpen over aan mensen die weten waar ze mee bezig zijn. Een website voor een kennis, een affiche of flyer voor een feestje, tuurlijk, laat u gaan, ik amuseer mij daar zelf ook mee. (Ik ga mezelf nu ook weer niet zodanig afbreken dat het lijkt alsof ik helemaal niets waard ben, ik ben echt wel ergens toe in staat, ik ken gewoon mijn grenzen.) Maar gaat het om een logo, een bedrijfswebsite, iets wat door heel veel mensen gezien zal worden en nog lang zal meegaan, en vind je het voorstel van de neef van de bakker van iemand die je kent toch maar niks, durf dan de neef van de bakker van iemand die je kent te zeggen waar het op staat en betaal een ontwerper. Je zult er geen spijt van krijgen, geloof mij, die mensen weten waar ze mee bezig zijn.

Nog eens sorry dus als deze hele post verwaand of kwetsend overkomt, maar dat is dus niet m’n bedoeling! Ik wil niemand op de tenen trappen, maar ik wou dit gewoon even kwijt. Ik vind het fijn om dingen te maken, en ik vind het na 2,5 jaar nog altijd confronterend als ik soms tegen mezelf of tegen iemand anders eerlijk moet zijn en een project aan iemand anders moet overlaten, maar ik vind het dus echt spijtig dat niet meer mensen dat kunnen of willen zeggen en dat ontwerpers (en de ontwerpen zelf) daar dan ook de dupe van zijn.

Gepost door Greet Op 20/09/11 2 Reacties

Vanaf vandaag mogen militairen in het Amerikaanse leger zijn wie ze zijn, ze moeten zich niet langer verstoppen. Wie ten onrechte ontslaan werd kan terug beginnen. Alweer een stap in de goeie richting, het komt toch nog goed met die wereld van ons! *pinkt een traantje weg*

Gepost door Greet Op 19/09/11 3 Reacties

De korte versie van de inleiding, voor het geval je het nog niet opgevangen of ondergaan had: nieuwe televisieserie, speelt zich af in West-Vlaanderen (Kortrijk als ik me niet vergis), de personages zouden zogezegd West-Vlaams spreken maar who the hell are they kidding?!

Het teloorgaan van de dialecten en zeker van mijn geliefde West-Vlaams is één van mijn stokpaardjes, dus ik zou hier uren kunnen over doorbomen. Meestal is zo’n tirade voor anderen minder aangenaam om te lezen dus had ik eerst wijselijk besloten om er maar niet over te bloggen. Tot ik op een artikel stootte waarin één van mijn persoonlijke heldinnen, mijn favoriete prof, mijn mening deelt en die in niet mis te verstane woorden formuleert. Ik had het zelf écht niet beter kunnen zeggen.

Dialectexpert prof. em. Magda Devos is daar niet over te spreken. In hetzelfde artikel in De Standaard zegt ze: ‘Het West-Vlaams wordt ronduit verkracht – vermassacreerd zouden West-Vlamingen zeggen. Ik hoorde veel fouten tegen de uitspraak. Maar erger is dat er ook een loopje wordt genomen met de grammatica en woordenschat. De acteurs nemen woorden in de mond die in het West-Vlaams zelfs niet bestaan. Dit is dan ook geen West-Vlaams, maar Nederlandse tussentaal, of zelfs Brabants, met West-Vlaamse klanken. Men toont een miskleun van een dialect, net op het moment dat Vlamingen zich afkeren van hun dialect en het niet meer doorgeven aan hun kinderen.’

Volgens Jean Philip De Tender wilden de acteurs juist in het West-Vlaams acteren, ‘om het verhaal zo authentiek mogelijk te brengen’. Maar zo werkt het niet, zegt dialectexpert prof. em. Johan Taeldeman in De Standaard: ‘Mensen praten dialect om hun authenticiteit en identiteit te etaleren. Als dat dialect wordt geridiculiseerd, dan raakt men aan hun authenticiteit en voelen ze zich gekrenkt.’ (De Taalsector, 8/9/’11)

Verkracht, een miskleun, inderdaad ja! Geridiculiseerd, gekrenkt, precies! Wat kunnen taalkundigen, dialectliefhebbers en anderen die het dialect terug onder een positief daglicht willen stellen nog beginnen, als televisiemakers en acteurs er zo’n potje van maken?!

Gepost door Greet Op 13/06/11 11 Reacties

Een tijdje geleden stuitte ik op de serie Sister Wives, die ondertussen net z’n tweede seizoen beëindigd heeft. De reality serie draait rond de Amerikaanse familie Brown, bestaande uit Kody, zijn vier vrouwen Meri, Janelle, Christine en Robyn, en hun 16 (binnenkort 17) kinderen.

Say what?

Welja, ik wist het ook niet, maar polygynie bestaat dus wel degelijk. En niet in één of andere occulte sekte (hoewel dat helaas ook bestaat), maar gewoon in onze westerse wereld. Hier gaat het om een gemeenschap in de Verenigde Staten (vooral in Utah), die zichzelf fundamentalistische Mormonen noemt. De fundamentalisten scheurden zich af van de “gewone” Mormonen toen die in 1890 stopten met polygynie.

Dat klinkt allemaal veel viezer dan het in de realiteit blijkt te zijn, en ik raad dan ook aan om zeker eens een aflevering van de serie te bekijken. De familie Brown is een groep warme, open, intelligente mensen. Ze sturen hun kinderen naar een deftige school en moedigen de oudsten aan om aan hoger onderwijs te denken. Ze werken hard om voor hun familie te kunnen voorzien, en ze proberen om alles te doen wat andere families ook doen. Ze laten hun kinderen vrij om zichzelf te zijn, en vrij in de keuze tussen polygynie en monogamie. Ze hebben, zelfs al zijn ze zo gelovig (in vergelijking met ons), geen problemen met het homohuwelijk en tonen hun kinderen dat je op heel veel verschillende manieren gelukkig kunt zijn. In de uitspraken die ze doen over liefde delen, een betere mens worden, verantwoordelijkheid dragen en kinderen opvoeden zitten heel wat waarheden en wijsheden. Op bepaalde vlakken zijn deze mensen stukken moderner en vooruitdenkender dan veel traditionele Amerikaanse gezinnen.

More power to ya, zeg ik dan. Maar helaas is niet iedereen het daarmee eens. Naar aanleiding van de publiciteit die de serie teweeg bracht werd in Utah een politieonderzoek in gang gezet, en omdat de familie zodanig bang werd dat ze zouden gesplitst worden (aangezien wat ze doen technisch gezien illegaal is en zulke families in het verleden al uit elkaar gerukt werden) moesten ze verhuizen naar de staat Nevada. Ik vind het een beetje belachelijk dat de politie achter gezinnen als de Browns zou gaan, terwijl het duidelijk is dat wat zij doen niemand kwetst, integendeel. Ik hoop van harte dat ze in Nevada een rustiger  leven kunnen leiden, en dat ze daar wat meer zichzelf kunnen zijn.

Ondanks dat ik het dus fantastisch vind dat er voor zulke alternatieve gezinsvormen plaats is in onze (op de keper beschouwd) conservatieve westerse wereld, is er toch één ding waar ik een groot, groot probleem mee heb. Tuurlijk, het is een beetje stom dat de vrouwen geen décolletés of blote schouders mogen tonen. Tuurlijk, het is een beetje ongevoelig om de vraag of ze ook met meer dan 2 personen samen seks hebben te beantwoorden met “no, we don’t get weird”. Tuurlijk, het is een beetje vreemd dat je je verloofde niet mag kussen tot de dag dat je getrouwd bent, en dat je daarvoor hoogstens handjes mag vasthouden. Maar uiteindelijk zijn dat allemaal keuzes die iedereen voor zichzelf maakt, niet? Wat echter helemaal anders zit, is het diepgewortelde idee dat de man het middelpunt, de leider van het gezin is.

De fundamentalistische Mormonen noemen wat zij doen polygamie, maar om precies te zijn gaat het hier om polygynie: één man met verschillende vrouwen. Het omgekeerde daarvan, één vrouw met verschillende mannen, heet polyandrie, en is in deze Mormoonse kringen absoluut uit den boze. Woorden die Kody gebruikte om dat concept te beschrijven zijn “the vulgarity of [the idea] sickens me”, en “it seems wrong to God and nature”. Ho ho, alarmbelletje! Datzelfde alarmbelletje ging ook af bijvoorbeeld toen Kody besloot dat het gezin moest verhuizen, en ook al stonden enkele van zijn vrouwen en tienerkinderen absoluut niet achter dat idee, toch vond hij het zijn verantwoordelijkheid als leider van het gezin om te beslissen wat goed was voor iedereen. Dus werd er verhuisd, en had iedereen zich daarbij neer te leggen.

Ik heb vrienden van verschillende levenswandel, en ik heb de laatste jaren al heel wat bijgeleerd over de vormen die relaties kunnen aannemen. Heel toevallig is dat nu voor mij de “doodgewone” jongen-meisje combinatie, seriële monogamie zoals ze dat noemen, maar ik vind dat dus eerder toevallig dan vanzelfsprekend. Families als deze, die bereid zijn hun leven om te gooien om de wereld te tonen dat het ook anders kan, vind ik bewonderenswaardig en moedig. Maar dat ze bijvoorbeeld het homohuwelijk steunen vind ik eigenlijk niet meer dan logisch, en om dan zo’n straffe uitspraken te doen over een andere gezinsvorm dan die van hen, dat vind ik zeer, zeer teleurstellend. Ze hebben het over “being open minded”, maar ze hebben blijkbaar nog niet gehoord van het feit dat polyandrie bijvoorbeeld in streken in Tibet en Nepal even normaal is als monogamie, en dat polygynie dus niet de enige vorm van of een synoniem voor polygamie is. Om nog maar te zwijgen over polyamorie natuurlijk, waarbij het vaak veel minder om huwelijken en kinderen draait en waarbij de mogelijkheden qua samenstelling nog veel uiteenlopender zijn.

Nu goed, op dat misogyne element na blijft de serie een echte eye opener. Ik begon aan de eerste aflevering met de typische houding van lichtjes afkeurige nieuwsgierigheid, en ik vond mezelf al behoorlijk open minded hiervoor. Gaandeweg is die afkeurige houding afgenomen en ben ik tot de conclusie gekomen dat ik nog lang niet zo open minded was als ik wel dacht, en dat er nog zoveel stereotypes zijn die zoveel mensen ervan weerhouden om echt zichzelf te zijn. We zijn al ver gekomen, da’s waar. Maar er zijn nog zoveel andere manieren om te leven, om liefde te delen en om gelukkig te zijn.