Tot voor kort kende ik Stromae enkel van Alors on dançe, wat ik best wel een oké nummer vind, maar meer niet. Tot ik de videoclip van Formidable zag, wat nu eens iets helemaal anders is:
Een zatlap die in zichzelf loopt te mompelen, af en toe iets roept en wat mensen lastig valt, in de regen in Brussel. Ik word daar ongemakkelijk van, als ik zoiets zie. Plaatsvervangende schaamte, en ook een beetje triestig dat het met sommige mensen zover moet komen. In dit filmpje bleek het uiteindelijk niet echt te zijn, wat het ongemakkelijke gevoel op z’n kop zette: niet Stromae, maar de omstaanders werden voor paal gezet, terwijl ze met hun smartphones gretig beelden maakten van de schijnbaar zatte zanger. Ik wist en weet nog altijd niet wat ik hier nu vooral bij moet voelen. Enerzijds heb ik respect voor Stromae omdat hij zichzelf hier zo kwetsbaar durft op te stellen (zelfs als de politie hem aanspreekt valt hij niet uit zijn rol), maar anderzijds blijft het ongemakkelijke gevoel. Hoedje af dus voor een nummer en videoclip die mij die twee tegenovergestelden tegelijk kunnen doen voelen, en die mij zo doen nadenken.
Nog geen maand later kwam de videoclip voor zijn meest recente nummer, Papaoutai, uit. En ook met dat nummer had hij mij meteen in zijn greep:
Dat het over de afwezigheid van een vaderfiguur gaat wordt al snel duidelijk, maar ondanks de donkere sfeer van het nummer blijft het ook een geweldig aanstekelijk dansnummer. Opnieuw combineert Stromae dus twee op het eerste gezicht onverenigbare elementen op een indrukwekkende manier. Verder ben ik ook opnieuw een grote fan van de videoclip (die voor mij meestal onlosmakelijk verbonden is met de muziek: geen van beide is compleet zonder de andere). Het is een origineel concept, met een mooie set en indrukwekkende dansers (waarvan een aantal nog heel jong zijn). In de videoclip wordt gespeeld met wat echt is en wat niet: de geïdealiseerde huisjes met tuintjes met kunstgras en autootjes, de schijnbaar perfecte relatie tussen de andere kind-en-ouderparen, de vader die een pop lijkt te zijn, de scène waarbij het jongetje zich inbeeldt dat zijn vader met hem meedanst, … Zelfs het interieur van het huisje is niet wat het lijkt, want als je bijvoorbeeld naar de deuropeningen en vloertegels kijkt, zie je hoe de scheve lijnen met perspectief spelen om vanuit de juiste hoek de indruk te wekken dat de kamers groter zijn. Opnieuw een nummer en videoclip die me bij blijven en die me doen nadenken.
Ik ben onder de indruk, en ik kan niet wachten op wat volgt.





